Behendigheid is een echte doe-sport.
Op een actieve manier zijn baas en hond bezig met elkaar om op de juiste
manier een parcours met hindernissen te doorlopen. Deze hindernissen zijn
heel verschillend, zo moet de hond ergens overheen springen (hoogtesprong,
breedtesprong), ergens overheen lopen ( kattenloop, schutting, wip) en ergens
doorheen (tunnel, band, slurf) gaan. Het moeilijkste onderdeel van de behendigheid
is de paaltjes, 12 achter elkaar staande paaltjes met een tussenruimte van
50 à 60 cm waar de hond doorheen moet slalommen. Dit onderdeel duurt
ook het langste om aan te leren bij een hond.
Als de hond de toestellen eenmaal beheerst dan begint het echt leuk te worden, er worden parcoursjes uitgezet met een nummering. Zo moeten baas en hond het parcours over zien te komen en de toestellen in de juiste volgorde nemen. Het neerzetten van de toestellen wordt steeds ingewikkelder naarmate de hond en de baas alles steeds beter beheersen.Zo worden er vreemde bochten in het parcours gemaakt zodat de hond een voor zichzelf onlogische lijn moet lopen. Het is dan aan de handler (baas) om de hond via de goede lijn naar de finish te krijgen. Om dit allemaal zo goed mogelijk te trainen zijn er bij diverse hondenscholen door het hele land heen cursussen behendigheid op verschillende niveaus. Als de baas en hond op een gegeven moment erg goed getraind zijn, zouden de baas en hond door kunnen gaan om wedstrijden te lopen die door het hele land heen georganiseerd worden.
Om alles nog een beetje
spannender te maken wordt er ook met een tijdswaarneming gewerkt op wedstrijden.
Dan is het niet alleen zaak om foutloos het parcours te lopen, maar dan
ook nog zo snel mogelijk! Door de tijdsdruk die de baas vaak toch wel krijgt
op wedstrijden sluipen foutjes er snel in, het is dan ook een heerlijk gevoel
als de combinatie foutloos en in een snelle tijd het parcours kan bedwingen.



